Waarom de energietransitie hard kan gaan – zelfs als je benzineauto nog wel tien jaar mee kan

Je maakt je zorgen, hè?

Of het wel snel genoeg gaat, met die paar windmolens en wat zonnepanelen. Want daarmee gaan we het toch niet redden?

Ik heb nieuws voor je. Er verandert écht iets, ook al zie je er nu nog niet veel van.

We staan wel degelijk op de duikplank. De hoge. We staan nog moed te verzamelen. Maar op een dag, springen we.

Die sprong in het diepe, dat is de energietransitie.

Wat is een transitie?

Een transitie is een onomkeerbare verandering van het systeem.

Denk aan geklutste eieren waar je een omelet van bakt: de eieren gaan nooit meer netjes terug in het eierrekje van je koelkast.

De energietransitie waar we voor staan is de overgang van fossiele brandstoffen naar energie uit duurzame bronnen, zoals wind, zon en aardwarmte.

Dat klinkt simpel

Ja. En technisch gezien is het dat ook, maar op het sociale vlak is er weerstand. Want verandering doet pijn. Denk aan werknemers die hun baan gaan verliezen. Of aan de Nederlandse staatskas die 20% van haar inkomsten uit fossiele brandstoffen gaat mislopen.

Verandering biedt ook hoop. En een grote kans op chaos.

Chaos? Kan het dan niet beter gewoon blijven zoals het is?

Nee. De bodem van onze gas- en olievoorraden is écht in zicht. En een nóg urgenter probleem, is klimaatverandering als gevolg van CO2-uitstoot. Alternatieven als wind- en zonne-energie zijn nú al goedkoper. Een overgang naar een duurzaam systeem is daarmee onafwendbaar.

Maar dat duurt dan toch nog wel even, hoop ik?

Nou, dat is de vraag. Transities gaan namelijk niet lineair, maar exponentieel. Een transitie is geen wandeling in een glooiend heuvellandschap: het is eerder een beklimming van de Eiger. In het dal voel je nauwelijks dat je stijgt. Pas aan de voet van de berg lijk je hoogtemeters te gaan maken, en vanaf dan gaat je pad loodrecht omhoog.

de Noordwand van de Eiger

In het dal staan de vernieuwers. Ze staan te popelen. Boven op de berg staan de gevestigde machten. Ze doen er alles aan om op de top te blijven, met de afgrond al in zicht.

Vernieuwers zijn bijvoorbeeld energiecoöperaties. Met een zonnedak hier en een windmolen daar wekken ze elk jaar weer meer energie op.

Cijfers over collectieve zonprojecten, bron: Lokale Energiemonitor 2017 

En, wanneer komt ’ie nou, die energietransitie?

Derk Loorbach is bijzonder hoogleraar transitiewetenschappen. Een antwoord heeft ook hij niet, maar hij geeft wel een idee van waar we nu ongeveer staan.

Visualisatie Staat van Energietransitie, bron: Drift – Rapport Staat van Transitie

Loorbach visualiseert activiteiten in de samenleving die de afbraak van het oude systeem en de opbouw van een nieuwe systeem aankondigen. Rode stippen markeren verschillende fases. Hoe meer activiteit, hoe dikker de stip. De stippen zijn met elkaar verbonden tot lijnen. De lijn van de vernieuwers (hoop en opbouw) stijgt. Die van de gevestigde machten (weerstand en afbraak) daalt.

Wie staat waar?

De meeste partijen staan nog op de dalende lijn van de gevestigde orde. Maar, af te lezen aan de dikte van de stippen, zijn we al volop aan het veranderen.

Neem de stip van Optimaliseren

Op de lijn van de gevestigde machten zie je dat veel partijen optimaliseren: wat ze al jaren doen, doen ze nu iets beter. Gas in plaats van kolen, en betere verbrandingstechnieken. Dat lijkt veilig, maar als de transitie écht vaart krijgt, is dit een recept voor chaos (derde stip).

Neem bijvoorbeeld Shell: Shell investeert miljoenen in duurzame energie. Maar het investeert nog steeds miljárden in het vinden van nieuwe olie- en gasvoorraden. Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen moeten we alleen wél de helft van alle nú bekende olie- en gasvoorraden in de grond laten zitten.

En neem de stip van Emergentie

Wat is emergentie? Het zichtbaar worden van iets dat je tot dan toe niet opviel, omdat losse onderdelen gaan samenwerken. Zet honderd mieren bij elkaar en ze lopen maar wat rond. Maar maak er een half miljoen van en ze bouwen een ingenieuze termietenheuvel.

Zo werkt het ook met de vernieuwers. Hoe meer er komen, hoe beter ze zich organiseren en hoe meer ze opvallen. Een voorbeeld zijn de energiecoöperaties: samen met netwerkbeheerders en overheden werken ze aan oplossingen voor duurzaam verwarmen en samen energie opwekken én opslaan.

Juist die veelheid aan initiatieven is volgens Loorbach een kracht. Dankzij hun decentrale organisatie – waarbij niet meer enkele grote bedrijven aan de touwtjes trekken – zijn ze flexibeler. Ze betrekken meer mensen en ze maken optimaler gebruik van de lokale mogelijkheden.

En dus?

Wanhoop niet.
Het kan snel gaan, we staan al de voet van de Eiger.

Waarom los je met meelopen het klimaatprobleem niet op? (en waarom iedereen zijn eigen stoeltje moet opruimen)

Losse haren.
Blote enkels.
Ze fietsen met zijn vieren naast elkaar naar school alsof er niets aan de hand is. Terwijl jij een maillot aan hebt onder je broek, wanten, een sjaal en een muts op. Het vriest 7°.

Conformisme is doen wat iedereen doet. Ook al heb je het steenkoud.

Waarom zijn we van die meelopers?

We willen dat anderen ons aardig vinden.
En we zoeken informatie bij anderen, als we zelf niet weten wat te doen.

Bijvoorbeeld: je loopt ’s avonds over de sportvelden en je ziet mensen rond een lichtmast. Bovenin zit een jochie. Wat is er aan de hand? Durft hij niet meer naar beneden? Is hij in levensgevaar? Is het nu aan jou om in de mast te klimmen? Heeft dat zin? Durf je het?

Hoe meer omstanders er zijn en hoe onduidelijker het antwoord op je vragen is, des te kleiner is de kans dat je iets doet.

Vervang de jongen in de lichtmast nu door: klimaatverandering. Dan werkt het net zo. We kijken eerst naar de ander.

Naar wie kijken we dan?

We kijken naar onze vrienden, familie, buren en collega’s. Wat doen zij al?

En, groter: wat doet je gemeente? Rotterdam gaat nog eens 25 jaar door met de overslag van steenkool. Wat doen bedrijven? Nuon zegt dat zij haar kolencentrale niet zomaar kan sluiten. En wat doet Rutte? Die ondertekent in 2015 het klimaatakkoord van Parijs. Maar van alle Europese landen is alleen in Luxemburg het aandeel duurzaam geproduceerde energie nóg lager.

Is dat erg?

Ja. Als dít je voorbeelden zijn, dan is de kans klein dat jíj in actie in komt. Want poe-hee, er zijn nogal wat beren op de weg, volgens de Nuon. Zo’n vaart loop het niet, lijkt de minister ons te zeggen. En jij denkt: als de buren een hummer op de stoep parkeren, waarom kan ik dan niet in mijn zuinige auto rondrijden?

En trouwens, als de NAM zegt dat we nog gas in het Waddengebied hebben, waarom zouden we dat dan niet eerst nog even opmaken?

Maar als we écht in gevaar zijn, dan doet Rutte toch wel wat?

Dat is de vraag. Wetenschappers waarschuwen dat we geen tijd te verliezen hebben. De effecten van wat we nú aan CO2 uitstoten, zijn pas over 30 jaar voelbaar. Volgens Urgenda, een landelijke organisatie voor duurzaamheid en innovatie, kunnen we op 100% duurzame energie zijn in 2030. Maar Rutte houdt het op 2050.

Dus politici en bedrijven kunnen we niet vertrouwen?

Ze spelen lang niet altijd open kaart. Shell heeft bijvoorbeeld al 30 jaar geleden een film gemaakt over de risico’s van klimaatverandering. Shell kent die risico’s dus al járen. Maar de film verdween in een diepe la.

In 2000 ontwierp General Motors de GM EV1, een futuristische elektrische leaseauto. Hij was een grote hit bij de Californische jetset. Toch belandden de 1.000 auto’s een jaar later op de schroothoop. Samen met nog eens 4.000 andere elektrische voertuigen. Waarom? Omdat de consument er niet klaar voor was, zegt General Motors. De documentaire Who killed the electric car laat iets anders zien; namelijk dat de Amerikaanse oliemaatschappijen er nog niet klaar voor waren. Die wilden benzine blijven verkopen.

Overheden en grote industrieën hebben veel gevestigde belangen. Daar komt de innovatie niet vandaan. Die komt wél van startups, zoals Tesla. Of van onszelf.

Je hóeft namelijk niet op de anderen te wachten, je kan het zélf alvast gaan doen

Samsø 

In de jaren ’90 kondigt het abattoir op het Deense eiland Samsø aan dat zij verhuist naar het vasteland. Met de vleesindustrie zal ook de werkgelegenheid verdwijnen, en dus de jonge gezinnen.

Eilandbewoner Søren Hermansen komt met een plan: de 4.000 bewoners investeren ieder minimaal 10.000 euro in zonnepanelen, zonneboilers en windmolens. Boeren gaan biobrandstof verbouwen.

In 2000 produceert Samsø al meer dan genoeg energie voor de eilandbewoners. Ze houden zelfs over voor export. Op het schoolplein spelen nog steeds kinderen. De bakker verkoopt nog steeds brood.

Energieneutrale woning

‘Ik sliep met een muts op, en een coltrui aan’, vertelt Ingeborg. Renze en Ingeborg verbruikten op hun woonboot zó veel gas, dat ze in het grootste deel van het schip de verwarming niet meer durfden aan te zetten. Ze schaamden zich.

Dat was twee jaar geleden. De afgelopen winter hadden ze het voor het eerst warm. Zonder schuldgevoelens. Ze wekken hun warmte en elektriciteit nu zelf op, met een warmtepomp en PVT-panelen.

Kortom

We zijn meelopers en we kijken graag eerst even naar wat de anderen doen. Bij het klimaatprobleem werkt dat niet. Het is zó groot en complex dat bijna niemand weet wat hij moet doen. En dus is de kans groot dat we maar niets doen.

Tenzij je het probleem terugbrengt tot eilandniveau, of buurtniveau, of tot je eigen vierkante meters. Dan kun je daar alvast beginnen. Want daarvoor hoef je alleen naar jezelf te kijken.

Als we na een ouderavond allemaal ons eigen stoeltje terugzetten, is de klas zó weer opgeruimd.

Hoe sociale innovatie er wél in slaagt de wereld te veranderen? – en hoe 50+ers de straten van Amsterdam vriendelijker maken

Een grote groep lepelaars vliegt elke herfst van de Nederlandse Wadden naar West Afrika. Andere Nederlandse lepelaars gaan niet verder dan Frankrijk en Spanje. Van de vogels die 2.000 kilometer verder vliegen dan hun soortgenoten, sterven er velen van uitputting. Vooral als ze op de terugweg over de Sahara, tegen de wind in moeten vliegen.

Waarom? Voor niks, zegt onderzoekster Tamar Lok. Ze doen het uit gewoonte.

Wij zijn geen vogels. Wij kunnen een slimmere route kiezen. Sociale innovatie is een daar een voorbeeld van.

Wat is sociale innovatie?

Sociale innovatie is het product van een nieuwe beweging in de samenleving: mensen nemen zélf het initiatief om een oplossing te bieden voor een maatschappelijk probleem. Omdat ze een ander doel hebben, dragen ze andere oplossingen aan. Hun manier van werken én de veranderingen die ze teweeg brengen noemen we sociale innovatie.

Voorbeelden zijn: energiecoöperaties die duurzame energie opwekken voor de eigen buurt.

Waar komt sociale innovatie vandaan?

Sociale innovatie komt voort uit frustratie: over een samenleving waarin we steeds maar nóg meer produceren en consumeren. Over bedrijven die échte innovatie tegen houden, wanneer ze daar zelf niet meer mee gaan verdienen. Die bedrijven hebben ook nog eens grote invloed op politieke beslissingen.

In Nederland zijn we rijk. En we zijn slim. Maar we weten onze kennis nog niet in te zetten om bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen te verminderen: ons land is al jaren het vieste jongetje van Europa als het gaat om CO2-uitstoot.

Waar heb je sociale innovatie voor nodig?

Sociale innovatie is nodig voor verandering. Sociale vernieuwers nemen maatschappelijke taken op zich die anderen laten liggen. Ze starten projecten waar bedrijven geen brood in zien. Ze zijn niet gehinderd door aandeelhouders die winst verwachten. Het maakt ze vrijer. En creatiever.

Maar sociale vernieuwers maken toch ook gewoon winst?

Natuurlijk, maar niet per sé. Sociale vernieuwers beginnen vanuit een gevoel van urgentie, zonder winstoogmerk. Impact first. Geld is een middel, geen doel.

Met buurtinitiatieven verander je de wereld toch niet?

Nee. Maar je moet ze ook niet onderschatten.

Het gaat niet om één initiatief in één gemeente. Ze zijn met velen. Ze beginnen met één project. Denk aan een buurtdiner, of groter: een windmolen van en voor de buurt. Lukt het? Dan heb je ervaring opgedaan die je meeneemt naar het volgende project.

Buurtinitiatieven brengen een probleem én een oplossing aan het licht. En ze brengen mensen samen: rond de bessenoogst in de buurtmoestuin, of op de werkvloer. Ze zorgen namelijk ook voor nieuwe banen.

Een voorbeeld: Taxi Electric

Vorig jaar ontdekte ik, samen met mijn rolstoelgebonden oom, Taxi Electric: een sociale onderneming van twee oud VU-studenten. Ome Jan moet in en uit de rolstoel, in en uit de taxi. De chauffeurs van Taxi Electric helpen je en hebben echt alle tijd van de wereld. Er loopt geen teller, je betaalt je rit per kilometer.

De chauffeurs waren werkeloze 50+ers. Nu zijn ze de meest vriendelijke taxichauffeurs van Amsterdam. De sociale onderneming groeit snel. In 2011 ging de eerste taxi de weg op. Nu zijn het er 40.

Taxi Electric is één van de 6.000 sociale ondernemingen in Nederland. Ze hebben samen 60.000 werknemers in dienst. De werkgelegenheid neemt jaarlijks toe met 25%. In het gewone MKB was dat afgelopen jaar maar 2%. (bron: De Social Enterprise Monitor)

Energiecoöperaties

Wij, bewoners van woonboten aan het IJsbaanpad in Amsterdam, keken uit op het lege dak van voetbalclub ASV Arsenal. Zonde, dachten we. Samen met onze buren richtten we energiecoöperatie Zuiderlicht op. Daar liggen nu 180 zonnepanelen op het dak. En er liggen 1200 zonnepanelen op diverse schooldaken. We zijn ook mede-eigenaar van een windmolen in Flevoland. We hebben een tiental nieuwe projecten in voorbereiding.

Onze belangrijkste troef zijn onze leden. We hebben er ruim 600 en bijna elke dag melden zich nieuwe leden aan. Ze zoeken mee naar lege daken in hun buurten en ze lenen ons hun geld als we nieuwe projecten realiseren. Samen wekken we energie op, die we ook weer afnemen. Samen krijgen we de controle terug: over ons eigen energiesysteem.

In Nederland zijn er 400 energiecoöperaties. Vijf jaar geleden waren het er nog 75. (bron: de Lokale Energiemonitor)

Samengevat

We hebben het geld en we hebben de kennis. Maar we zijn tot nu toe niet in staat milieuproblemen op te lossen. Mensen nemen daarom zélf het initiatief. Dat doen ze niet primair voor de winst, maar ze dragen met hun activiteiten en ondernemingen wél bij aan een nieuwe economie.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt er over blijven praten, of je kunt ook iets gaan doen. Je kunt zelf een initiatief starten. Of je kunt je aansluiten bij een initiatief in jouw buurt.

 

Waar zit jouw verborgen impact? en waarom we ons druk moeten maken over een tomaat

Je zit ’s avonds met je man en een dampende kop thee nog even op de bank. Hij vertelt je over iets wat hij gelezen heeft, namelijk dat de 16 grootste zeecontainerschepen samen evenveel zwavel uitstoten als álle auto’s op de hele wereld samen. En dat er 27 miljoen bomen per dag verdwijnen. Ja echt, 27 miljoen, dagelijks. Met alle gevolgen van dien, zoals erosie en nog meer CO2.

Dan kan je ..
een ander onderwerp aansnijden;
denken dat wij daar in Nederland niet zo veel last van hebben;
je verontwaardiging delen en gaan slapen.

Dat moeten mensen toch weten!

Of er knapt iets in je. Je laat de feiten helemaal binnen komen en denkt ‘dat moeten mensen toch weten!’ je besluit te stoppen met waar je tot dan toe druk mee was. Je wil de onderste steen boven halen en gaat er een boek over schrijven.

Babette Porcelijn is van huis uit industrieel vormgever. ‘De verborgen impact’, is het resultaat van een zoektocht naar de impact van ons koop-, eet- en leefgedrag. Het zijn 200 pagina’s vol berekeningen en uitkomsten van onderzoek die ons helpen begrijpen wat het probleem nou eigenlijk is. En hoe we zelf, vandaag al, kunnen bijdragen aan een oplossing.

 

Wat niet weet wat niet deert, gaat in deze tijden niet meer op.
Wél weten geeft ons de kans om andere keuzes te maken, BAM: beter, anders en minder.

 

Gaat dit over schone energie?

Ja zeker, maar niet uitsluitend. En dat is een eye-opener. Want bij de aanschaf van bijvoorbeeld een koelkast kijken we graag – en terecht – naar het elektriciteitsverbruik en dus de CO2-uitstoot. Het verborgen energieverbruik voor transport en productie, gebruik van gifstoffen, ontbossing en de landverwoestende delving van grondstoffen zijn daar alleen niet in meegenomen. En die neem je nu – na het lezen van dit boek – wel mee, in elke aankoop die je doet. Niet alleen die van energie besparende of opwekkende apparaten.

Als je het niet weet klopt je onderbuikgevoel niet meer

Babette: “Wat we niet zien of niet weten, daar denken we niet aan. Logisch. Maar niet handig, want dan klopt je onderbuikgevoel niet meer en steek je misschien energie in iets waarmee je niet bereikt wat je wil. Zonde.” 

Een mooi voorbeeld zijn plastic verpakking. Ik geef het zelf maar meteen toe, ik ben zo iemand die zich daar best druk over kan maken want wat een verspilling van plastic of papier, denk ik vaak. Maar voor bijvoorbeeld vlees(-waren) geldt dat de impact van de verpakking nog geen 1% van het totaal is. Die impact zit namelijk in het product: het stukje vlees dat dankzij de verpakking niet bederft, de tomaat die onderweg niet geplet wordt, de laptop die niet beschadigt, etc..

Hoeveel liter water ligt er op ons bord vanavond?

Een ander voorbeeld is water. In Nederland gebruiken we gemiddeld 120 liter water per dag voor drinken, wassen, koken en de wc doortrekken. Best veel, toch? Dus vind je het belangrijk om de kraan tijdens het tandenpoetsen dicht te draaien. Dat is ook belangrijk maar het is peanuts als je ziet wat ons werkelijke, onzichtbare  watergebruik is. Dat is namelijk 100 keer zo veel. Ja, 100 keer. En dat water zit verstopt in vrijwel alle producten die we kopen, en in het eten dat we eten en het drinken dat we drinken – als we geen water uit de kraan drinken. Een tipje van de sluier: er is 100 liter water nodig voor 20 gr. kaas, 850 liter voor 50 gr. chocola en 1800 (!) liter voor 120 gr. biefstuk.

De impact van producten die door Babette grondig zijn doorgelicht zijn o.a. die van de elektrische auto, de laptop, de spijkerbroek en de tomaat. De Nederlandse tomaat gaat de strijd aan met de Spaanse tomaat. In welke tomaat zit de meeste impact als je alles meeneemt: water en grondverbruik, bestrijdingsmiddelen, energie voor transport en verwarming van kassen, etc..? De uitkomst? Die staat in het boek.

Waarom we ons druk moeten maken over een tomaat?

Omdat we in Nederland al bijna leven alsof we vier aardes hebben. En die hebben we simpelweg niet. En eerlijk is het ook niet, want veel impact laten we achter in de landen waar onze producten vandaan komen en dat zijn meestal niet de rijkste landen.

We kunnen het veranderen. We kunnen kleinere en grotere aanpassingen doen in onze eigen dagelijkse leven. Het boek geeft ons – heel concreet en realistisch – 10 knoppen om aan te draaien.

Ons eigen gedrag kunnen we, met behulp van het boek, afzetten tegen het Nederlandse gemiddelde. Vervolgens kunnen we iets veranderen. Beter, Anders, Minder: BAM. Met een beetje gezond verstand kan je ook meteen inschatten of je met jouw verandering écht verschil maakt. Of dat het symbolisch blijft. Dat scheelt een hoop – anders verloren – energie.

Minder? Dat is toch niet sexy?

En moet je dan niet heel veel inleveren? Babette: “ik heb ooit een mail gekregen van een studente die naar Azië wilde vliegen, maar na het lezen van mijn boek de trein heeft genomen: daarvoor heeft ze me bedankt, het heeft haar reis veel rijker en interessanter gemaakt”. Iedereen maakt andere keuzes, jij bepaalt. Maar avontuur en zelfs geluk zegt Babette ons nu al toe, tijdens onze eigen zoektocht.

Misschien wel je laatste aankoop in tijden…

Kopen, kopen! Dat zouden we iets minder moeten doen, maar de uitzondering bevestigt in dit geval de regel. Of zoals Babette op haar website zegt: “Als je ook maar één tip uit ons boek overneemt, heb je de verborgen impact van deze papieren versie er alweer uitgehaald!” En je kan ook voor een digitale versie gaan. Dus…

Wat is het effect van een tweede stem?

Je bent geen operazanger. Maar je hebt wel je eigen lied: een idee dat je de wereld in wil brengen. Je hebt een boodschap die ook anderen aangaat. Maar het lukt je misschien nog niet om je overtuiging op anderen over te dragen. 

Tot er op een dag iemand bij je komt staan. Die luistert, reageert, soms invalt, je uitdaagt, iets toevoegt aan jouw geluid. Je boodschap wordt spannender. Je vult elkaar aan, gaat met elkaar mee, of juist tegen elkaar in. Nu gebeurt er iets.

Hoe zoiets kan gaan? Een man zingt een liedje en een toevallige voorbijganger zet dit op video. Een andere voorbijganger valt in, zingt mee. En nog één, weer met een eigen geluid, een eigen bijdrage.

De video van dit meerstemmige optreden wordt op Facebook 6 miljoen keer gedeeld in 3 dagen.