Vraag je slimme vrienden om mee te denken over je nieuwbouwwoning, en je krijgt een energieneutrale woning

Als het alarm afgaat, gaan in een klap álle lichten aan. Als je aanbelt, worden de melkwitte ramen transparant. ‘Dan kunnen we zien, wie er voor de deur staat’. Handig? Ja, en dit ook: als de zon schijnt, laadt de auto op. Of gaan de gordijnen dicht. Of juist open.

Een energieneutralen woning was geen doel. Maar dat komt ervan, als je je slimme vrienden vraagt om mee te denken bij de nieuwbouw van je woning.

Lees het hele verhaal over de nieuwbouw van een energie-slimme woning in Nieuw-West.

Serie verhalen: wij zijn om

Dit verhaal van John en zijn vrienden is er één in een serie: over mensen die om en rond Amsterdam hun woning verduurzamen. Zodanig dat zij energie leveren of nauwelijks meer energie verbruiken dan ze zelf opwekken.

Wil je meer van dit soort verhalen lezen? Ga dan naar verhalen, op www.wijzijnom.com.

Waarom maak je van je bovenwoning een duurzame loft, als je skeptisch bent over klimaatverandering?

Nee, Steven Luttikhuis gelooft niet dat de mens de oorzaak is van klimaatverandering. Hij vraagt zich ook af, hoe erg die klimaatverandering is. En tóch verbouwt hij zijn bovenwoning in Zuid naar Nul op de Meter. Híj doet het gewoon, híj wel.

Lees het zeer persoonlijke verhaal van Steven en zijn Duurzame loft aan de Zuidas.

Wijze lessen tijdens het 100ste Energie-ontbijt

foto’s: Linlin van Lonkhuyzen

Het aantal camera’s en de opstelling doen denken aan De Wereld Draait Door. Matthijs van Nieuwkerk is er niet bij, maar wél sportjournaliste en presentatrice Barbara Barend. Samen met Thijs Haverkamp, Frank Boon en Pauline Westendorp kijkt ze terug op 99 ontbijtjes, ontelbare kopjes koffie, croissants en eitjes. En ze blikt vooruit, samen met Herman Wijffels, Marleen Stikker, Ruud Koornstra, Barbara Barend, Bouwe de Boer en Ruurd Priester.

 Op donderdag 5 september 2013 was daar het állereerste energie-ontbijt. Op donderdag 5 april 2018 vieren we er het 100steontbijt. Tóen waren er 10 tot 15 man. Nu zitten er ruim 100 man. Twee jaar lang zaten ze tussen de kippen, in een mini-kippenboerderij naast de RAI. Nu zijn ze terug in Old School, waar ze 4,5 jaar ook begonnen zijn.

Vaste plek in de stad

Wat is de succesformule? Boon: we buigen ons , elk ontbijt weer, over het vraagstuk, hoe we Amsterdam zo snel mogelijk op 100% duurzame energie kunnen krijgen. Ons doel is om dat in 2025 al voor elkaar te hebben. Dankzij het ontbijt is er in de stad een vaste plek, een vaste dag en een vast tijdstip, waarop je mensen kunt ontmoeten die met datzelfde onderwerp bezig zijn. Je kunt er je vragen stellen en ervaringen delen, ook je frustraties.

Stille kippen

Wat waren de hoogtepunten? Westendorp noemt er drie: ‘Dat we in januari 2016 Ruud Koornstra tot onze Nationale Energiecommissaris benoemden. Dat er, toen we nog tussen de kippen zaten, een arts uit Deventer was, die ons rustig liet ademen. Omdat wíj rustig werden, werden de kippen dat ook: 200 kippen werden hélemaal stil. En die keer dat Dave [redactie: Dave van Dongen] voor de eerste keer binnen kwam. Hij zei dat hij wel wat wist van technieken om duurzame energie op te wekken. Dat zeggen meer mensen die hier komen. Maar Dave wist écht alles. En dat is het mooie aan het energieontbijt. Samen weten we veel meer. De zaal is ruim drie keer slimmer dan de slimste mens aanwezig.

En slimme mensen zijn hard nodig, want het doel is ambitieus: Amsterdam koploper schone energie in 2025: dat is al over zéven jaar.

Het kan als je maar wil

De peptalk die Barend de ontbijtgangers meegeeft is: het kan als je het wilt. Zelf leerde ze dat al heel jong. Ze was zes jaar oud en wilde voetballen. Net als de jongens. Maar voor meisjes was dat toen nogmedisch onverantwoord. Die moesten wachten tot hun ze acht werden. Barend voerde in de rechtszaal zelf het woord, en kreeg van de rechter gelijk.

De laatste jaren stond ze dicht bij het vrouwenvoetbalelftal. Hún droom was het Europees Kampioenschap winnen. Niemand geloofde erin. Maar omdat zíj dat deden, volgden hun ouders en trainers. Ze wonnen, als team. Barend deelt drie lessen uit het damesvoetbal:

  • zet je ego opzij, doe het als team
  • houd je doel voor ogen, ga ervoor
  • geniet ervan, en doe gewoon

Absurde doelen

‘Zij die het absurde nastreven, bereiken het onmogelijke’, zegt ook Ruud Koornstra. Het is een uitspraak van de kunstenaar Esscher. En dat is volgens Koornstra, de kunst die Westendorp en Boon bedrijven. ‘Jullie krijgen iets voor elkaar vanuit een droom.’ Koornstra is daar zelf, als Energiecommissaris, het bewijs van: ‘Die hele Energiecommissaris, die bestaat niet. En toch bestaat hij: want er zijn oliemaatschappijen die mij willen ontslaan.’

De schaduw kunnen zien van wat er nog niet is

Marleen Stikker is directeur van de Waag Society. Ze haalt Robert Musil aan, die in zijn boek der Mann ohne Eigenschafte, onderscheid maakte tussen werkelijkheidsdenkers en mogelijkheidsdenkers: ‘De werkelijkheidsmens neemt de wereld zoals die is, en gaat daarin optimaliseren, soms heel creatief en idealistisch. De mogelijkheidsmens kan zich daarentegen een wereld voorstellen die nog niet zichtbaar is. Hij kan de schaduw zien van dat wat nog niet is gebouwd.’

Het energieontbijt trekt veel mogelijkheidsdenkers aan. En dat is een lastige positie, omdat je die bewijslasten niet hebt, en je steeds in gesprek moet met mensen die niets anders doen dan lijstjes bijhouden. Wat mogelijkheidsmensen vaak te horen krijgen is ‘bewijs dat maar eens’, of ‘waar zijn de cijfers?’ Dus ga jij ook maar iets uitrekenen.‘

Marleen Stikker en Herman Wijffels

Nieuwe economie

Daar staat tegenover dat er wél steeds meer mogelijkheden zijn. We staan aan begin van een nieuwe tijd, zeggen zowel Stikker als Herman Wijffels. Wijffels was onder andere voorzitter was van de SER, en directeur van de Wereldbank. Tijdens dit ontbijt vertegenwoordigt hij de vijfde O, van Ongeorganiseerde Burger, naast Overheid, Onderwijs,Ondernemers en de Organisaties van onszelf. Hij zet zich vooral in voor een duurzame en circulaire economie. Want, ‘we zijn aan de grenzen gekomen van wat onze planeet aan kan’, zeg hij, ‘en niet de overheid, maar wij zélf nemen nu het initiatief om het anders te gaan doen.’

Stikker noemt in dit kader de Donut economie, het nieuwe economische model voor de 21steeeuw, van de Britse econoom Kate Raworth. De ringen van de Donut geven de grenzen aan. Als we daar binnen blijven, zorgen we goed voor elkaar en de wereld. In het gat van de donut leven mensen in armoede. Buiten de donut, putten we onze bronnen uit en riskeren we de toekomst van de mensheid op deze planeet.

Binnen de cirkels van de Donut economie zitten onze commons. Dat zijn gedeelde bronnen zoals schoon water en schone lucht, maar ook bijvoorbeeld internet en energie, waar we samen zorg voor moeten dragen. ‘Het wordt tijd dat dit soort initiatieven [redactie: het energieontbijt] een plek krijgen in De Amsterdam Economic Board’, zegt Stikker. ‘We zitten hier niet bij het tweede energieontbijt, maar bij het bij het 100ste.’ Met elkaar zijn deze initiatieven een belangrijke economische kracht: geen nice to have, maar need to have, als solide partner in de toekomst.

Wenkend perspectief

Wijffels ziet de volle zaal ter ere van het 100steontbijt ‘als bewijs dat er een maatschappelijke beweging is, met politieke relevantie’. Maar, zegt hij, dat hebben we te danken aan fossiele voorraden, waar we de 100 jaar uit mochten putten. Dankzij die fossiele bronnen konden we investeren in technieken. En in mensen, die zich emancipeerden en die nu in staat zijn zélf dingen te doen en te regelen. We kunnen nu, kleinschalig en efficiënt, zélf onze energie opwekken. Mensen durven nu de verantwoordelijkheid te nemen voor de commons. We zijn gewend om vanuit het klimaat te praten, maar je kan het ook anders zien: we hebben – juist nu – mogelijkheid om het véél beter te doen. Dat is een wenkend perspectief. En ‘dat is wat we vandaag vieren.’

Aan financiële middelen ontbreekt het ons niet, zegt Wijffels. De fossiele brandstoffen hebben ons namelijk ook rijk gemaakt. Hij doelt niet op onze bankrekening, maar op de gigantische kapitalen in onze pensioenen. Wijffels: ‘Waarvoor zijn die financiële voorraden er? Om te investeren in de volgende fase. Het is nú, onze maatschappelijke en sociale opdracht, om te zorgen dat dat gebeurt.’

Herman Wijffels

CO2-heffing

Een voorwaarde is wel, een forse CO2-heffing. Zolang die er niet is blijft het lonen om natuurlijk kapitaal om te zetten in economisch kapitaal. Een CO2-heffing maakt het aantrekkelijk om ‘die grote hoeveelheden spaargelden, die nu maar rondzwerven in het heelal van speculaties, te gaan investeren in de transitie.’

De buurtbarbecue en de 1-9-90 regel

Een andere voorwaarde is, volgens Wijffels, dat de overheid uit haar positie van overheid komt. ‘Overheden moeten de slag maken om maatschappelijke initiatieven niet te zien als gefröbel in de marge maar als wezenlijk vernieuwend lokaal beleid’. Wat volgens Stikker kan helpen is dat die overheid het 1-9-90 effect gaat begrijpen. Neem de buurtbarbecue: 1% neemt het initiatief, 9% komt helpen en 90% komt eten. Zónder die 90% is er niks aan. Maar je hoeft niet van 100% van de mensen te verwachten dat ze het initiatief nemen. ‘Bij een inclusief burgerinitiatief werkt het net zo. Maar wat je ziet gebeuren is dat de overheid die 1% wegzet, als ‘die kennen we al’. Of ‘waar is die 90%?’. Wie de 1-9-90 –regel begrijpt, weet dat die ene persoon optreedt namens een heleboel anderen.’

Stikker: bij de overheid werken mensen met precies dezelfde plannen als wij. Ze komen alleen vaak klem te zitten omdat ze denken dat ze het vóór de burgers doen. Maar die burgers, die dóen het al, met bovendien een grote mate van professionaliteit: vanuit hun professionele activiteit, of omdat ze zich ergens heel erg in verdiepen.

Vrije vogel

Een ambtenaar die dat al jaren weet, is Bouwe de Boer. Hij is in zoverre ambtenaar, zegt hij, dat hij zijn salaris krijgt van de Gemeente Leeuwarden. Ooit had hij ook een visitekaartje van de Gemeente, met zijn naam en functie. Maar, daar hoorde een vierjarenplan bij. En dat bleek niet handig, als je je, zoals Stikker adviseert, aansluit bij wat er al gebeurt. Na drie jaar was er van het plan niets terecht gekomen, maar stonden er wél heel veel energieneutrale woningen. De gemeente kreeg wél drie prijzen voor haar energieprojecten.

’Mooi verhaal toch?’, dacht De Boer, ‘we hebben niet gedaan wat we zeiden dat we gingen doen, maar veel beter’.
‘Nee. Dat kan niet. Je moet het zó opschrijven, dat het lijkt …’, zei een collega.
‘Nee. Dat gaan we niet doen. Dat doe je thuis toch ook niet? Dan vertel je toch ook hoe het gegaan is?’

En dus vertelde De Boer aan de Raad, hoe het gegaan was. En de Raad? Die vond het een goed verhaal. ‘Vanaf dat moment heb ik mijn kaartje weggegooid. Ik mocht een vrije vogel worden. Ik kan mensen opzoeken. Ik kan projecten doen waar behoefte aan is.’ En dat zouden dus meer gemeentes moeten doen: een paar mensen vrij spelen. En hen mee laten gaan met wat er al gebeurt.

Reisboek met cheque

Namens 02025 (www.02025.nl), zoals de organisatie achter de energieontbijten tegenwoordig heet, mag Ruurd Priester de eerste contouren schetsen van het reisboek. In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. Het reisboek is een plan om Amsterdam – bij wijze van cadeautje van haar inwoners – koploper te maken op het gebied van schone energie. Met nul uitstoot.

Hoe? Met de initiatiefnemers van het buurtfeest, die 1%. Oftewel de bewoner die de transitie in zijn wijk wil gaan trekken. 02025 helpt koplopers in de wijken en maakt ze zichtbaar. Ze verbindt ze met andere koplopers, opdat die van elkaar kunnen leren.

Wie dat gaat betalen? Wij. Niet met onze spaargelden, die hebben we niet allemaal. Maar met onze energierekening, want die hebben we wél allemaal. Als we weten hoe het moet, betaalt het zich terug. Voor de eerste wijken, die het pad moeten effenen en die nog niet precies weten hoe het moet, vraagt Priester de gemeente Amsterdam het geld voor te schieten: voor 3 wijken, 200 miljoen euro.

Een mooi aanbod

Stikker noemt dit een mooi aanbod. Immers, vanuit de gemeente krijg je dit niet voor elkaar. Wat er verder bijzonder aan is, is dat het de positieve kracht mobiliseert, waar we gewend zijn om ons pas te verenigen als we boos zijn. Als we alleen nog maar kunnen reageren op plannen die er al liggen.

Wijffels voegt daar nog wel wat aan toe. ‘Je gaat over van inzicht naar implementatie. Vergeet, juist nu, níet om de mensen mee te nemen die het inzicht nog niet hebben. En die ook de middelen niet hebben.’

Verboden termen

Wijffels adviseert verder om alles te vermijden, wat lijkt op uitrollen, want het gaat om een organischproces. Het is veel meer een natuurlijk, mooi landschap. Gebruik organische metaforen, geen oude industriële termen.

Stikker waarschuwt voor het woord urgentie. Want dat weten we nu wel. Die 90%, die handelen niet op basis van urgentie, maar omdat ze minder kosten hebben, omdat de buurman het ook doet of omdat het niet zo ingewikkeld is.

Ondertussen is het niet meer handig om niet mee te doen

Als Bouwe de Boer op een Amsterdams energieontbijt is, is het laatste woord al-tijd aan hem. Hij herinnert de zaal eraan dat Esscher, van ‘zij die het absurde nastreven, bereiken het onmogelijke’, is geboren in Leeuwarden. ‘Dat kán geen toeval zijn.’

Bouwe de Boer

In Friesland werken ze aan de voorbereidingen van de Elfwegentocht. Dat was een idee van studenten: een absurd idee om Leeuwarden, als culturele hoofdstad van Europa, in juni twee weken lang fossielvrij te maken. Je kan met de trein komen, met de fiets, met bussen die in Friesland al jaren op biomassa rijden en met elektrisch vervoer. Maar je benzine-auto moet je thuis laten.

Wat het mooie is? De koning en koningin doen mee. Barbara Barend doet mee. Herman Wijffels doet mee. Marleen Stikker doet mee. 02025 doet mee. Iedereen doet mee: #ik doch mei.Waarom? De Boer: ‘Omdat het inmiddels niet meer handig is om er niet aan mee te doen.’ En zoals het nu gaat in Leeuwarden, zal het straks gaan in de wijken.

100ste energie ontbijt in Energie+

De bovenstaande tekst is gepubliceerd in Energie+, jrg. 38, nr.2, juni 2018. Download de pdf: Energie Plus: 100ste energieontbijt

Als het bij ons kan, kan het overal: 19de eeuws stalen schip op eigen energie

‘Ik sliep met een muts op, en een coltrui aan’, vertelt Ingeborg. Ingeborg en Renze verbruikten op hun woonschip zó veel gas, dat ze in een groot deel van het schip de verwarming niet meer aanzetten. Ze schaamden zich voor hun grote verbruik. ‘Als je op het water woont sta je in direct contact met de natuur, je ziet het plastic voorbij drijven. De connectie tussen je eigen doen en laten en de aardbol is vrij direct.’

Maar, een oud tochtig schip op eigen energie, kan dat? Renze en Ingeborg waagden de gok.

Lees verder.

 

Serie verhalen: wij zijn om

Dit verhaal van John en zijn vrienden is er één in een serie: over mensen die om en rond Amsterdam hun woning verduurzamen. Zodanig dat zij energie leveren of nauwelijks meer energie verbruiken dan ze zelf opwekken.

Wil je meer van dit soort verhalen lezen? Ga dan naar verhalen, op www.wijzijnom.com.

Twee generaties op energieneutrale woonark, Amsterdam

Anderhalf jaar geleden kochten Sandra en Erwin de ark van Sandra’s ouders aan het Jaagpad bij de Schinkel in Amsterdam. Sandra is op die plek opgegroeid, haar ouders wonen er al bijna veertig jaar. En ze blijven er wonen, met z’n vieren nu, twee generaties op een ark. De oude ark heeft begin 2017 plaatsgemaakt voor één nieuwe. En die is energieneutraal.

Korte tijd woonden ze er met z’n vijven, maar de zoon van Sandra en Erwin is het huis uit. De ouders wonen beneden, waar alles gelijkvloers is. Erwin en Sandra wonen boven. De echtparen hebben beide een eigen woon-, en slaapkamer, maar andere ruimtes als de keuken, badkamer, gang en trap zijn gedeeld. Sandra: ‘Wij moeten naar beneden voor de badkamer en de keuken. Mijn ouders naar boven voor de wasmachine.’ Die gedeelde keuken is ook een bewuste keuze. Het is gezellig, en samen koken is heel energiezuinig. ‘We koken voor beide gezinnen in één keer en meestal ook nog voor twee dagen. Dat kost minder elektriciteit en minder menselijke energie.’

Hoe dan ook van het gas af

Dat de nieuwbouw energieneutraal moest worden was voor Sandra en Erwin meteen duidelijk. Ze wilden hoe dan ook van het gas af. Wie goed kijkt ziet de 21 zonnepanelen op het dak liggen. Binnen is de enige zichtbare duurzame ingreep een infraroodpaneel boven de bank. Maar dat is een extraatje. Het basisconcept is onzichtbaar en eigenlijk heel eenvoudig: goede isolatie in combinatie een warmtepomp, lage temperatuur vloerverwarming en de zonnepanelen.

‘Ik dacht hè, we hebben toch geen vloerverwarming in de bak?’

Tijdens de bouw van hun ark zijn Sandra en Erwin regelmatig in Urk gaan kijken. Het was even schrikken toen Sandra in de bak een heel leidingenstelsel met buizen zag aangelegd. Hè, we hebben toch geen vloerverwarming in de bak? Het waren de leidingen van de warmtepomp. De bron van de warmtepomp ziet er dus net zo uit.

Hoe het werkt? Door de buizen loopt een koudevloeistof, een vloeistof met een bijzonder laag kook-, of damppunt. In dit geval is een temperatuur van drie graden in de bak al voldoende om de vloeistof te laten verdampen. De warmtepomp verhoogt vervolgens de druk. Daardoor stijgt het kookpunt en dus ook de temperatuur van de damp, maximaal tot zo’n 65 graden Celsius. Wanneer de damp de gewenste temperatuur heeft, zorgt het systeem voor condensatie. De vloeistof kan de gewonnen warmte nu afstaan, bijvoorbeeld aan water dat je opslaat in buffervat. Erwin: ‘Wat de warmtepomp zowel energetisch als financieel interessant maakt, is dat hij gemiddeld 20 procent elektriciteit gebruikt om daar 100 procent warmte van te maken.’

Omdat de woning bijzonder goed geïsoleerd is, volstaat een temperatuur van 23 tot 30 graden Celsius voor de vloerverwarming. Het tapwater krijgt een temperatuur van 56 graden. Eens per week zorgt het systeem er automatisch voor dat de temperatuur stijgt naar 65 graden, dit om legionella te voorkomen. De warme kraan in de keuken staat zo ver van het vat dat het warmteverlies te groot zou zijn. Daar verwarmt een instant heater, een klein elektrisch apparaat direct het koude kraanwater.

Ervaringen

Prettig zijn de constante temperaturen die per ruimte regelbaar zijn. Het infraroodpaneel, bedoeld om het lokaal net iets warmer te maken, is bij Sandra en Erwin nog niet aan geweest. Beneden wel, maar dat had ook te maken met het inregelen, zegt Erwin. Hij heeft inmiddels de temperatuur van het water in de leidingen aangepast. Hoe warm dat water nu is? Erwin zoekt het uit. Op zaterdag 2 december, als het in Amsterdam mist en licht vriest, is de temperatuur van het water voor de vloerverwarming 27 graden. Daar brand je je voeten niet aan, maar je voelt het nu wel. Binnen is het ruim 21 graden.

Blij van elk nieuw record

Waar de bewoners blij van worden zijn steeds weer nieuwe records. Erwin: ‘ik werk in de automatisering, ik ben een beetje een nerd. We hebben onze zonnepanelen-inverter , via ons WiFi netwerk op internet aangesloten. Elke 5 minuten kan je aflezen hoeveel je hebt opgewekt. Je kan allerlei grafieken zien over je opbrengst en verbruik.’

Sandra: ‘Het is een prettig idee, dat we niet meer aan het gas gekoppeld zitten. Als ik op het journaal berichten zie over mensen in Groningen en de aardbevingen, dan denk, daar doen wij niet aan mee. Niet meer. ‘

Als je iets anders had mogen doen?

‘Achteraf had ik misschien een zonnepaneel minder gelegd,’ zegt Erwin, ‘om plaats over te houden voor een windturbine. Want het waait hier vaak, ook ’s nachts en in de winter, als je de elektriciteit het meeste nodig hebt.’Erwin houdt de ontwikkelingen goed in de gaten. Ooit kan er beste ruimte gemaakt worden.

 

Dit artikel is gepubliceerd in Vlot, december 2017.

Realisatie van ruim 1200 coöperatieve zonnepanelen op 2 scholen

De grootste verdienste van lokale energiecoöperaties is misschien wel dat ze een groeiend aantal mensen actief bij de energietransitie betrekken. Bij de Amsterdamse energiecoöperatie Zuiderlicht noemen ze dat de zwerm: steeds meer mensen die beroepshalve of vanuit een gevoel van urgentie aanhaken en meedoen. Van divers pluimage maar met een zelfde doel voor ogen: de stad Amsterdam op schone energie.

Plannen ontstaan aan de keukentafel, op het schoolplein vinden ze doorgang

Ook de organisatievorm van Zuiderlicht is die van een zwerm, een min of meer toevallige formatie van energie- en communicatie-experts. Samen, aan de keukentafel hebben zij het initiatief genomen voor de opwek van buurtenergie op het dak van de voetbalclub en vervolgens de begraafplaats, een kippenvilla, scholen, bedrijfspanden, woonblokken en zo verder. En met elk nieuw project en elke nieuwe opgave groeit de zwerm verder uit, met nieuwe leden, mensen uit het onderwijs, bedrijfsleven en overheid. Die aanhaken met het gevoel ‘hier moeten we iets mee.’

“In een zwerm kan je snel schakelen. We zijn toch vooral mensen”, zegt initiatiefnemer en bestuurvoorzitter Pauline Westendorp, “we kennen elkaar vaak al jaren, van werk, of de sportclub. We komen elkaar overal tegen, in de straat, op het schoolplein. We weten van elkaar waar we goed in zijn. Zo maken we optimaal gebruik van de collectieve intelligentie binnen ons netwerk.

“Fijn is ook”, zegt Pauline, initiatiefnemer van Zuiderlicht “dat je (in een zwerm) niet altijd op kop hoeft te vliegen. Afhankelijk van de behoefte van het moment kan er steeds iemand anders de leiding overnemen.” Het IJburg College is een mooi praktijkvoorbeeld, met twee daken en binnenkort ruim 1200 zonnepanelen.

“Van de ene op de andere dag ben ik het anders gaan doen”

Een belangrijke ‘kopvlieger’ in de realisatie van de zonprojecten is schoolleider Nico Moen. Zijn mails ondertekent hij inmiddels als ‘ambassadeur van de zon’. Dat hij niet zo geboren is geeft hij zelf als eerste toe. “Misschien was ik zelfs een klimaatscepticus, en ben ik dat soms nog steeds, maar sinds mijn gesprekken met Zuiderlicht vind ik dat we als school voorop moeten gaan, om de toekomst van onze kinderen veilig te stellen.”

De eerste die Nico in 2014 aansprak over zonne-energie op zijn dak was oud-collega en moeder van een leerling op het IJburg college Linda Vosjan. Samen met Marinus Knulst zet zij zich in voor een groener, duurzamer en socialer IJburg. Over hun allereerste gesprek met Nico zegt Marinus: “Ik vertelde mijn verhaal over de eigen verantwoordelijkheid, op je eigen plek, in je eigen tijdvak en voor alles ten opzichte van kinderen en jongeren. Nico begreep het meteen.”

Ook Frank Boon, verantwoordelijk voor onder andere projectontwikkeling bij Zuiderlicht, heeft een grote rol gespeeld. Nico: “Frank neemt alles van je over, gaat aan het werk, regelt het. Ik kan gewoon weer over tot de orde van de dag.”

Nico, Marinus, Linda en Frank zijn voortvarend te werk gegaan. Met succes heeft Zuiderlicht in 2014 een SDE (Stimulering Duurzame Energie)-aanvraag ingediend. Na precies negen maanden was alles rond. Er was een mondeling akkoord van de Vereniging van Eigenaren. Het contract lag klaar voor akkoord. Toenmalig wethouder Nevin Özütok, tegenwoordig kamerlid van Groen Links, kwam de feestelijkheden bezegelen.

Mag dit wel? Kan dit wel?

Daarop terugkijkend zegt Nico Moen: “Ik ben het type van gewoon doen. Soms moet je eerst ja zeggen en dan kijken hoe je het voor elkaar krijgt.” Maar de voortvarendheid en de uitnodiging voor het feestje vielen niet bij iedereen goed. Vooral voor de afdeling sport en welzijn van de gemeente Amsterdam, die vanwege de sportzaal medezeggenschap over het dak had, ging het allemaal veel te snel. Want mag dit wel, kan dit wel? Kleven er niet hele grote risico’s aan? De verantwoordelijke ambtenaar wilde meer tijd voor een gedegen onderzoek. Het liefst veel meer tijd. Maar het was ook al maart. De zon was weer gaan schijnen. De financiering was zo goed als rond.

Met nog 5 dagen te gaan voor de geplande feestelijkheden, sprak Pauline ’s ochtends op het schoolplein Maureen Linthout aan, gebiedscoördinator op IJburg. Kon zij iets doen om de impasse te doorbreken? Maureen wist van het bestaan van Zuiderlicht en zegt hierover: “Ik voelde het belang van een oplossing. Met een visie op de gewenste uitkomst ben ik me er mee gaan bemoeien.”

Maureen kreeg daarmee in zeer korte tijd een belangrijke sleutelpositie. Maureen kende de betreffende ambtenaar en de andere spelers goed en begreep het dilemma: “Ik ben zelf heel erg van de zwerm en van de praktische, vanuit wat zich voordoet nieuwe manier van werken. Maar als ambtenaren hebben we ook een hoederrol, moeten we ervoor zorgen dat regels worden nageleefd, risico’s worden beperkt en iedereen gelijk is. Dat schuurt soms.” De oplossing is gevonden in het luisteren naar de zorgen, het vrij maken van budget voor een technisch onderzoek en het opnemen van een voorbehoud in het contract. Het feest kon op de geplande dag worden gevierd. Lang leve het schoolpleinoverleg en de kopjes koffie aan de overkant.

Vertrouwen en plezier

Twee jaar later lag er opnieuw een contract ter ondertekening, nu voor 642 panelen op het IJC2. “Eén mailtje aan één ambtenaar was voldoende” vertelt Nico Moen. “Met het IJburg College 1 hebben we misschien iets geforceerd, een soort vliegwiel”. Of, zoals Marinus het verwoordt: “vertrouwen en plezier waren er al”. Maureen noemt ook het samen opdoen van positieve ervaringen met nieuwe manieren van werken, en “een breder bewustzijn klimaatvernadering, ook onder mensen die binnen de gemeente werken of waar dan ook. Dat ga je merken.” 

Dak met bijna 650 panelen binnen 5 dagen “uitverkocht”.

Dat dingen sneller gaan bleek ook toen Zuiderlicht haar leden, de leerkrachten, ouders en leerlingen benaderde om mee te investeren in het zonnedak op het IJburg College 2. Op vrijdag 24 maart jl. is er een eerste mail uit gegaan naar leden, op maandag werd het contract getekend, op woensdag was de financiering rond. Het is zo hard gegaan dat Zuiderlicht veel mensen heeft moeten teleurstellen. Gelukkig komt er voor iedereen die achter het net heeft gevist later dit jaar nog een herkansing. Zuiderlicht is sinds een week zeker van SDE-subsidie voor nog eens 200 panelen op het IJburg College 2. Het totaal aantal zonnepanelen op de twee scholen komt daarmee op ruim 1200. Zuiderlicht realiseert bovendien nog 5 andere schooldaken, waarvan nog twee op IJburg.

Nieuwe vogels in de zwerm

Guido Frankfurther is een van die ouders die er snel genoeg bij was: “Ik had nog nooit van Zuiderlicht gehoord, maar het sprak me meteen aan. Dit is toch een directe manier om iets voor het milieu te doen, samen met andere ouders en kinderen van de school.”

Guido heeft de leningen op naam gezet van zijn kinderen. Of die er blij mee waren? “Zoon Arthur (leerling IJC2) was niet helemaal tevreden over het rendement van 2% tot 5% maar heeft wél interesse in de gebruikte techniek. Lottie (leerling Geert Groote College) is sowieso een milieuvriend, heeft bijvoorbeeld net nog een spreekbeurt gehouden over Plastic Soup.” Ja, het cadeau van vader is al met al goed gevallen. Lottie en Arthur willen nu ook zonnepanelen op hun eigen appartementencomplex. En als het even kan een Tesla, een witte, met deuren als vleugels. Tja, Guido..

Het is een ambitieniveau dat past bij Zuiderlicht. De Arthurs en Lotties zijn de kopvliegers van morgen. En goede kopvliegers blijven nog heel lang nodig.

Dit artikel is gepubliceerd in Energie+,nr 2 juni 2017.
Download deze publicatie: Energieplus: 1200 cooperatieve zonnepanelen

Coöperatieve wind op zee

Moeten coöperaties energie steken in wind op zee? Monique Sweep, directeur van Deltawind denkt van niet. Maar Siward Zomer, voorzitter van de Windvogel en projectcoordinator bij ODE  is een groot voorstander. ‘Windmolens leveren gewoon heel veel energie en winst op, het zijn de krenten uit de pap. Waarom zouden we die niet meepikken?’ ‘Het gebeurt gewoon’, zegt bijzonder hoogleraar socio-economische transities Derk Loorbach. 

Deelname van coöperaties in wind op zee is niet vanzelfsprekend. Het bestaat nog niet en er zijn ook nog heel wat  hobbels te nemen. Om er maar vast één te noemen, Nederlandse energiecoöperaties hebben (nog) niet de (technische) kennis in huis. Zonder die kennis kan je als coöperatie de samenwerking aangaan met andere partijen, maar reduceer je je eigen rol tot financiële participatie. Wat is dan de meerwaarde nog, vraagt Sweep zich af. “Geld genereren en weer investeren, vind ik niet interessant. Ik wil vooral ontwikkelen.” En dat is wat ze nu doet met Deltawind. Met 30 jaar ervaring kan de coöperatie volledig zelfstandig windparken op land ontwikkelen. Sweep snapt dat jongere coöperaties wel moeten samenwerken om een positie te krijgen in wind, op land of op zee, maar heeft zelf geen interesse. “Als coöperatie ben je dan een soort beleggingsfonds dat met de winst weer duurzame projecten realiseert. (..) Volgens mij ligt de crux bij bewustwording, niet bij eigenaarschap”.

Coöperatieve windmolen wordt lokaal vliegwiel

Zomer ziet dat anders. Mee financieren is immers ook mee beslissen. Hij benadrukt dat het bij coöperaties gaat om écht eigendom en leden die samen nadenken over het opnieuw inzetten van de winst. Zomer: “Stel, de energiecoöperatie haalt een miljoen euro op uit wind op zee. Het rendement is 15%. Dat staat elk jaar weer op de balans. Je keert je leden 10 jaar lang 5% rente uit, over de rest heb je samen zeggenschap.” Het is geld dat een coöperatie kan investeren in andere projecten, zoals de verduurzaming van de bestaande bouw of technieken die nu nog in de kinderschoenen staan en daardoor te duur zijn. Zomer: “Daarmee versterk je de lokale economie, de lokale energietransitie en de lokale (energie)democratie. Een coöperatief gefinancierde windmolen wordt een lokaal vliegwiel. Gemeentes en regio’s blijven anders subsidiëren”.

Een molen op zee is zo ver weg

Sweep noemt ook de afstand van het individu tot een molen op zee. “In mijn idee hebben wij als doel mensen bewust te maken van de noodzaak van verduurzaming. Met windenergie op zee is dat allemaal zo ver weg.” Dat is anders bij wind op land: “ook al vind je het niet zo leuk, je moet je ertoe verhouden. Je moet er iets mee. Je kan er iets van vinden.” En dat levert discussie op, waarmee je uiteindelijk de bewustwording bevordert.

“Dat argument moet je omdraaien”, zegt Zomer, nú zijn de molens op zee ver weg, nú maakt het niemand wat uit wie investeert (…) Als je wind op zee vliegwiel kan maken kan je met de inkomsten lokale projecten oppakken die wél tot de verbeelding spreken. Dan gaat het leven en dan kan de energietransitie echt snel gaan.”

Ze komen er toch wel

‘Ze komen er toch wel’, is een argument van zowel de Rijk als Sweep en daar ziet het inderdaad naar uit. Vorige week nog hebben we gevierd dat Nederlands grootste windpark op zee, park Gemini is geopend: 150 windturbines met een totaal vermogen van 600 megawatt (MW). De komende jaren komen er nog 5 grote windparken bij, waaronder een nóg groter windpark voor de kust van Zeeland, door een internationaal consortium onder leiding van het Deense Dong Energy.

“Wind op zee gaat niet voor niets zo hard. Het is passend binnen het marktparadigma. Het past redelijk in de aanbestedingsregels omdat er een consortium van grote partijen is die dat kapitaal weet te mobiliseren. (…) Maar persoonlijk – en daar zit wat wetenschappelijke discussie achter – maak ik me wel zorgen over de effecten die te veel dominantie van dit technisch marktparadigma heeft op toekomstige problemen.” Die problemen gaan verder dan afhankelijkheid van fossiel en import, het gaat ook over gebrek aan diversiteit als gevolg ven een te centraal top-down systeem. Loorbach: Net als in ecosystemen is diversiteit de basis om te kunnen doorontwikkelen. Vanuit dit perspectief zou je een systeem willen wat zo veerkrachtige en flexibel mogelijk is. Dat is dus niet met een beperkt aantal partijen die de controle hebben over de productie. (..) Er zijn allerlei sociale aspecten die samenhangen met energie, bijvoorbeeld de toegang, betaalbaarheid en controle. “Dat zijn allemaal vrij fundamentele vragen om de samenleving enigszins stabiel te houden en dat wordt er niet beter op als het vooral bij internationale partijen komt te liggen waar wij weinig controle op hebben.”

Meervoudige waardecreatie

Zomer ziet nog een ander risico. Grote windparken krijgen veel SDE-subsidie. In het geval van Park Gemini gaat het om 4,5 miljard euro, geld dat middels onze energierekening wordt opgehaald. “We betalen eraan mee maar de energietransitie blijft ongrijpbaar (..) dat is een groot risico voor de energietransitie. Bovendien, door het aan een internationaal consortium te geven wordt het geld nu maar één keer, dus éénvoudig, ingezet, puur molens bouwen. Energiecoöperatie krijgen voor windparken en grote zonnedaken ook subsidie, maar zetten dat in ieder geval gedeeltelijk weer in voor nieuwe projecten. Dat noemt Zomer meervoudige waardecreatie. “Misschien dat Dong en Gemini ook nieuwe windparken bouwen, maar dan niet perse in Nederland.”

Niet door winst gedreven organisaties zijn ook professioneel

De vraag blijft of de Nederlandse energiecoöperaties wel een windpark op zee aan kunnen. Zijn ze niet veel te wollig, te onprofessioneel en te kleinschalig? Loorbach: “De coöperaties hebben tegen de stroom en tegen het systeem in een positie weten te verwerven. Ze hebben bewezen dat hun model levensvatbaar is en dat ze een redelijk substantiële bijdrage kunnen leveren. Je moet willen zien dat al die kleintjes met elkaar iets heel groots kunnen maken.” Loorbach denkt dat het een kwestie van risico-inschatting wordt: “afhankelijk blijven van Russisch gas of erop vertouwen dat organisaties die niet primair gedreven worden door de laagste kosten en de hoogste winst toch een professionele organisatie kunnen bieden.“

Zomer voegt hieraan toe:“het is jarenlang ingehamerd dat burgers onprofessioneel zijn, maar het is niet anders dan: heb je het kapitaal, wil je dat kapitaal inzetten en wie huur je in? Het kapitaal is er wel. Als we een oproep doen dat we een miljoen nodig hebben, dan doneren mensen dat bijna. Zeker als we dat met meerdere coöperaties doen. Mensen willen graag iets positiefs doen.” Over het ontbreken technische kennis zegt Zomer:“het zal niet zo zijn dat alle 200 energiecoöperaties kennis moeten opbouwen voor wind op zee. Daar zet je en team van 2 of 3 man op die dat namens de energiecoöperaties gaan doen. Hele dure jongens met veel expertise”.

Markt(on)gelijkheid?

Wat volgens Zomer het echte probleem is, is het risico dat coöperaties moeten lopen. “Dat is nu veel te hoog omdat je mee moet doen met tenders, samen met internationale partijen. Daar moet je fors in investeren.” De oplossing kan volgens Zomer zijn dat de overheid, die de tender opstelt, als voorwaarde stelt dat zeg 25% door of in samenwerking met energiecoöperaties wordt gerealiseerd. Dan gaan grote marktpartijen ook bewegen, dan moeten ze wel.

“En dat”, zegt Loorbach, “leidt ongetwijfeld tot politiek-economische frictie. Want creëren we nu een uitzonderingspositie, dus marktongelijkheid ten gunste van de coöperaties?” Nee, zegt Zomer, nú is er juist marktongelijkheid, immers een coöperatie kan het in een tender systeem nooit opnemen tegen een internationaal bedrijf met een legal department en een ontwikkelteam. Loorbach is het “in hoge mate met hem eens, maar vanuit het huidige perspectief zullen de dominante partijen toch gaan claimen dat dat marktverstoring is.”

Verbinding tussen productie en consumptie

Daar komt nog bij dat op het ministerie van economische zaken heel andere mensen werken aan kolencentrales en offshore wind dan aan bijvoorbeeld het betrekken van mensen bij de energietransitie. Dat is een andere cultuur, of zelfs een andere wereld, zeggen zowel Zomer als Loorbach. Loorbach: “Sterker nog, heel veel medewerkers op EZ hebben decennia lang juist geprobeerd om mensen zo min mogelijk bij energie te betrekken. Er was ooit een tijd dat iedereen zelf zijn energievoorziening deed, je moest nog zelf je hout gaan halen, of je kolen. Maar de hele professionalisering van de energiesector ging erom om de link tussen productie en consumptie weg te halen. Dat is gemak, mensen gaan er niet al te veel over nadenken en commercieel gezien is dat veel logischer dan mensen zelf met energie bezig laten zijn.”

Wat dus de grote troefkaart van de energiecoöperaties is, het praktisch betrekken van mensen bij de energievoorziening, het herstellen van de verbinding tussen productie en consumptie, is niet in ieders belang.

Het gebeurt gewoon

En dus? Loorbach antwoordt: Uiteindelijk gebeurt het gewoon. Daar zit een vrij fundamentele logica achter, namelijk dat er een snel groeiende groep mensen is die het leuk of belangrijk vindt om juist de verbinding tussen productie en consumptie weer te herstellen en weer eigenaarschap te claimen over ons energiesysteem. En daar valt heel veel voor te zeggen. Je ziet daar allerlei positieve effecten bij komen: er is veel meer investeringsvermogen; mensen gaan bewuster met energie om; het heeft allerlei positieve sociale effecten in gemeenschapsvorming en politiek-maatschappelijk hebben we allerlei duurzaamheiddoelstellingen. De potentie van dat coöperatieve model om bij te dragen aan de duurzaamheiddoelen is significant en staat niet zo ter discussie.

Tot slot

De Rijk:“Wind op land zit muurvast. Wind op zee kan voor coöperaties een strategie zijn, een escape.” Ook Sweep sluit uiteindelijk niet uit dat ze ooit in wind op zee stapt: “Wij zijn op Goeree Overflakkee straks klaar. Als daar geen nieuwe opgave komt dan hebben we geld. Misschien dat de leden dan willen mee investeren in wind op zee.” Loorbach blijft positief “omdat we er over discussiëren, omdat er mensen zijn zoals Siward (Zomer) die er aan gaan sleuren en omdat ik ook zie dat er grote commerciële partijen zijn die het interessanter beginnen te vinden om zich juist wel met de coöperaties te verbinden.”

“En daarmee lossen we een probleem op van de overheid die riskeert draagvlak voor de energietransitie te verliezen”, besluit Zomer.

Dit artikel is geplaatst in Energieplus, nr 2 juni 2017, pp. 10-11.